KNHG Beroepsplatform – Jeroen Torenbeek

Jeroen Torenbeek is eigenaar van Ziggurat Consultancy en voormalig directeur Buitenland Universiteit Utrecht

 

Jeroen Torenbeek

‘In 1973 ben ik begonnen met mijn studie geschiedenis in Utrecht. Ik behaalde mijn bèta diploma aan het gymnasium. Dit hield in dat ik na de vierde klas nauwelijks geschiedenisles meer kreeg. Mijn ouders waren beeldend kunstenaar en kenden de universiteit dus niet van binnen; voor mij was de universiteit een logisch vervolg, zonder dat ik veel benul van het wetenschappelijk onderzoek had. Het merendeel van mijn studiegenoten verwachtte docent geschiedenis te worden, en ik aanvankelijk ook wel. In 1974 startte ik parallel op het conservatorium de studie fagot, en in 1975 zette ik mijn bijvak Italiaans om in een tweede hoofdvak.

Tijdens mijn studie gaf ik diverse avondcursussen Italiaans, soms geschiedenis en “schnabbelde” ik bij op mijn fagot. Ik was student assistent onderzoek bij Italiaans en student assistent onderwijs bij oude geschiedenis. (Mijn hoofdvak was nieuwere geschiedenis). Ook verdiende ik bij door het schrijven van talloze artikelen voor encyclopedieën en jaarboeken. Nog steeds was er het perspectief: leraar geschiedenis, maar dat beeld vervaagde naast de talloze andere mogelijkheden die er bleken te zijn. Afgezien van een (volle) invalbaan geschiedenis docent en het voor de zekerheid halen van mijn didactische aantekening, verdween dat perspectief uiteindelijk helemaal. Overigens bleken vrijwel al mijn medestudenten wel aan het werk gekomen; de meesten buiten het veld.

In 1984 studeerde ik af, maar toen werkte ik al een tijd als manager (leidinggevende van 50 personen) bij de letteren faculteit. Daarnaast had ik ook mijn eigen taleninstituut Babel opgezet. Nadat ik uitgeleend was aan wat destijds Bureau Buitenland heette in 1986, ging ik daar werken als adjunct hoofd, en in 1990 als directeur. Ik had en heb een uitstekende relatie met de voorzitter van het College van Bestuur (CvB) Jan Veldhuis (ook een historicus) die mij alle vrijheid gaf en met wie ik veel samenwerkte. Ik kreeg voor mijn werk van de Europese Commissie (mevrouw Papandréou ) in aanwezigheid van minister Jo Ritzen de eerste Europese Erasmusprijs, opmerkelijk genoeg juist ook omdat ik mij niet precies aan de Europese regels had gehouden.

In 2000 zocht prins Carlos Hugo de Bourbon Parma contact met Universiteit Utrecht  (UU) voor samenwerking in internationaliseringsprojecten. De uitkomst was dat hij met mij samen zou werken in mijn nieuwe rol als voorzitter van de European Association for International Education. Dat leidde tot grote vriendschap en veel samenwerking tot aan zijn dood in 2010.

Na het vertrek van voorzitter Veldhuis, was ik rond 2005 door collega’s via een reorganisatie het bestuursgebouw uitgewerkt naar een functie als directeur van een intern UU-instituut dat op omvallen stond. Ik had de internationale Summer School, die ik in 1986 binnen het Bureau Buitenland had opgezet, meegenomen en verder uitgebreid.  Het was mij duidelijk dat het interne opleidingsinstituut geen toekomst had; ik heb dat dus in samenspraak met het CvB in twee delen naar de markt gebracht, waarna ik mij geheel kon wijden aan de internationale Summer School.

In de laatste 10 jaar van mijn werkzame leven bij de UU heb ik die Summer School uitgebouwd tot circa 150 cursussen van bachelor tot post doctoraal niveau, alle disciplines en 4000 studenten;een bureau met twee vaste medewerkers en wat extra werkstudenten in de zomer.

Ik ben tijdens mijn werkzame leven steeds blijven beklemtonen dat ik historicus was (en niet zoals tal van mijn collega’s ‘student Engels’) en ik heb gemerkt dat de brede blik van een historicus in allerlei situaties van pas komt. En uiteindelijk ben ik toch nog aan een wetenschappelijke publicatie begonnen. Werktitel: “Is er leven na de troon”, over het enorme verlies van tronen en kronen na het Wener Congres, met uiteraard in de hoofdrol de bijzonder schilderachtige en interessante familie de Bourbon Parma; deze publicatie is in fase van afronding.

PS: in mijn vrije tijd heb ik Paolo Conte in Nederland geïntroduceerd, de kunstenaar Rudolf Hagenaar op 63-jarige leeftijd gelanceerd en mijn blaaskwintet De Frisse Wind vijftig jaar lang geleid. Mijn advies aan studenten geschiedenis is dan ook: Houd je ogen open en handel proactief. Doe vooral wat je interessant vindt. Meerdere dingen achter elkaar, maar ook tegelijkertijd.’

Wil je met Jeroen contact opnemen? Mail dan naar info@knhg.nl.

Opmerkingen

© KNHG 2024 Website: Code Clear