Nieuw: de actualiteitsparagraaf van BMGN-LCHR

Dit jaar is het 50 jaar geleden dat BMGN – Low Countries Historical Review voor het eerst in de huidige vorm verscheen. Om dat te vieren, introduceert ze speciaal voor het jubileumjaar de actualiteitsparagraaf, die online aan nieuwe artikelen wordt toegevoegd. In deze paragraaf licht de auteur van een artikel de actuele waarde van zijn of haar bijdrage kort toe. Die waarde kan liggen in de maatschappelijke relevantie van de analyse, de verrassende onderzoeksresultaten, de onthulling van een onderbelichte bron, het memoreren van een vergeten historische figuur of problematiek, of een link met de actualiteit. De bedoeling van de actualiteitsparagraaf is om nieuw gepubliceerde artikelen onder de aandacht van een breder publiek te brengen, zoals journalisten, docenten, archivarissen, beleidsmakers, erfgoed- en museumwerkers.

De drie auteurs van BMGN 135-1 mochten de spits afbijten.

Egodocumenten als historische big data

Een persoonlijk perspectief op de geschiedenis
In de huidige coronacrisis wordt de roep om big data in te zetten steeds luider. Zo zijn er speciale track en trace-apps waarmee besmettingen met COVID-19 beter in kaart kunnen worden gebracht. Vóór het digitale tijdperk probeerden mensen hun ervaringen met ziekte en gezondheid ook zorgvuldig bij te houden. Dit deden ze vaak in egodocumenten zoals dagboeken, brieven en autobiografieën. Dergelijke bronnen kunnen historici inzicht geven in de manier waarop er vroeger met pandemieën zoals cholera en de Spaanse griep werd omgegaan. Egodocumenten bieden een persoonlijk perspectief op de grote geschiedverhalen. Lang is gedacht dat er in Nederland minder autobiografische teksten zijn geschreven vanwege een veronderstelde calvinistische afkeer van zelfverheerlijking, maar niets is minder waar. In haar artikel voor BMGN – Low Countries Historical Review (135-1) brengt Leonieke Vermeer het Nederlandse onderzoek naar egodocumenten in kaart. Ze evalueert de omvangrijke projecten waarin Nederlandse egodocumenten uit de periode 1500 – 1918 zijn geïnventariseerd en de uitgaven van egodocumenten en digitale databanken die hieruit zijn voortgekomen. Deze digitale databanken kunnen als historische big data gelden. In deze big data ontbreken echter wel ervaringen die buiten de geijkte archiefinstellingen vallen. Het artikel is daarmee ook een pleidooi om de traditionele opvatting van het archief op te rekken.

Leonieke Vermeer (RUG)

Speeches in crisistijd

Verzoening met woorden in de negentiende eeuw
De uitzonderlijke speech van Mark Rutte over het coronavirus staat niet in een Nederlandse traditie van spreken door gezagsdragers. Die was er echter wel aan het begin van de negentiende eeuw, toen de beroemde redenaar, minister, predikant en hoogleraar Johannes Henricus van der Palm bij grote nationale gebeurtenissen het woord nam. Hij behoorde tot de laatste generatie die de welsprekendheid leerde volgens de principes van de klassieke oudheid. In zijn artikel voor BMGN – Low Countries Historical Review (135-1) toont Henk te Velde aan dat Van der Palm door zijn redenaarstalent onvoorstelbaar populair werd. Zijn geruststellende en opbeurende toon paste helemaal in de sfeer van verzoening na de crisis van de Franse Revolutie en oorlog rond 1800. Ook zijn heldere en emotionerende stemgeluid droeg daaraan bij. In de vele beschrijvingen van zijn redes kunnen we hem bijna horen spreken. De volgende generatie keerde zich echter tegen zijn postrevolutionaire harmonie en consensus. Thorbecke nam afscheid van Van der Palms verzoenende crisisretorica: geen holle woorden, maar wetenschappelijke precisie! Hardhandig kwam er een einde aan deze traditie; de nadruk op harmonisch overleg zou telkens terugkeren, maar sinds Van der Palm kent Nederland geen traditie meer van ministeriële speeches.

Henk te Velde (Universiteit Leiden)

Sporen van de kolonie op straat

Verschillen Nederland en België in hun aanpak van koloniaal erfgoed?
België lijkt komaf te willen maken met zijn koloniaal erfgoed in de openbare ruimte. In 2018 vernoemden Charleroi en Brussel als eerste Belgische steden een straat en een plein naar de eerste Congolese premier Patrice Lumumba. Een jaar later besloten Dendermonde en Kortrijk om de Leopold II-laan in hun stad een andere naam te geven. Ook in Nederland verhit de dekolonisatie van de publieke ruimte regelmatig de gemoederen. In een recensie-artikel van recente boeken over koloniaal erfgoed in België en Nederland, verschenen in BMGN – Low Countries Historical Review (135-1), vergelijkt Idesbald Goddeeris (KU Leuven) de huidige aanpak van beide landen. Hij legt opvallende verschillen bloot. In België wordt er vaker voor gekozen om bestaande koloniale standbeelden te behouden en ze te voorzien van extra informatieborden. In Nederland zien echter meer nieuwe monumenten en straatnamen het licht waarin antikoloniale verzetshelden en slachtoffers van de slavernij worden gehuldigd. En hoewel er in beide landen wandelgidsen over koloniaal erfgoed verschenen zijn, tonen de Nederlandse boekjes aan dat de mentale dekolonisatie daar breder gedragen wordt dan in België.

Idesbald Goddeeris (KU Leuven)

© KNHG 2020 Website: Code Clear