Verslag van bezoek aan congres van American Historical Association

Tussen een westenwindstorm en een snowblizzard in vloog ik begin januari naar Washington DC om deel te kunnen nemen aan het jaarlijkse congres van de American Historical Association (AHA). Honderden wetenschappers presenteerden hun onderzoeksbevindingen tijdens de vele panels. Er waren ronde tafels en expertmeetings over allerlei onderwerpen evenals ontbijten, lunches, recepties en diners waar  tientallen prijzen uitgereikt werden en stevig genetwerkt kon worden. Op een grote beursvloer presenteerden uitgevers hun laatste publicaties en werden producten en diensten aangeprezen die het leven van historici in de wetenschap, erfgoedwereld én het onderwijs makkelijker maken. Kortom vier dagen vol met indrukken, ervaringen en ontmoetingen lagen in het verschiet, toen ik aan boord van het vliegtuig richting de Verenigde Staten stapte.

Geschiedenis & Beleid

De AHA streeft er naar zo relevant mogelijk te zijn. Dat verklaarde ook het grote aantal late breaking sessions, panels en bijeenkomsten die na vaststelling aan het programma zijn toegevoegd. Een van de sessies ging over  Europa na Brexit in historisch perspectief. De panelleden  toonden overtuigend aan hoe kort het historisch geheugen van politici en burgers is en daarmee was dit panel een mooi voorbeeld hoe geschiedenis iets kan voegen aan de waan van de (politieke) dag.

Een ander panel dat ik bijwoonde ging over de zogenoemde Public History Centers in Amerika. De noodzaak feiten van fabels te scheiden is groter dan ooit en wordt, volgens de panelleden, niet alleen door journalisten gevoeld maar ook door beleidsmakers, politici en het publiek. Deze centra richten zich op vooral op beleidsmakers en politici, op alle niveaus, van lokaal tot federaal maar ook op scholen en verontruste burgers. Opvallend was het grote verschil in organisatievorm, sommige zijn puur digitaal, zoals het Lepage Center, terwijl andere fysieke instituten zijn met bijvoorbeeld bibliotheken of archieven en een lange geschiedenis kennen, zoals het National History Center.

Dat de #MeToo discussie ook de historische (onderzoeks)wereld heeft bereikt, bleek tijdens een ronde tafel georganiseerd door het Committee on Gender Equity van de AHA én de Coordinating Council of Women in History (CCWH). Het bestuur van de AHA, op voorspraak van de president-elect had kort voor het congres besloten, een enquête te versturen naar alle leden over hun ervaringen tijdens AHA congressen en bijeenkomsten betreffende seksueel grensoverschrijdend gedrag. De ronde tafel was bedoeld om de leden van het comité input en advies te geven. Een van de struikelblokken is dat de AHA alleen jurisdictie heeft over de evenementen die zij zelf organiseert. Ongewenst gedrag (of erger) in de dagelijkse praktijk van leden, is iets waar de AHA geen invloed op uit kan oefenen, anders dan de professionele waarden te benadrukken.

Wetenschappelijk publiceren

De AHA publiceert de American Historical Review net zoals het KNHG de BMGN-LCHR uitgeeft. Als vertegenwoordiger van het KNHG was ik uitgenodigd om aan te schuiven bij een ontbijtsessie (die begon om 7 uur ’s ochtends, gelukkig had ik last van een jetlag en was op tijd wakker worden geen probleem) met vertegenwoordigers van allerlei historische tijdschriften.  Verschillende onderwerpen kwamen ter sprake, van advance publishing  (artikelen eerder online publiceren dan in print) tot de ethische kanten van (blind) peer review. Het was zeer nuttig en leerzaam om te horen hoe andere tijdschriften denken en handelen. Opvallend vaak bleken de praktijken uiteen te liggen zodat er van ‘één wetenschappelijke manier van publiceren’ geen sprake is.

Tijdens een lunchsessie op dezelfde dag konden wetenschappers met de ambitie om te publiceren kennis maken met de editors van de American Historical Review. Zij legden stap voor stap uit hoe een ingediend artikel uiteindelijk een gepubliceerd artikel wordt. Jaarlijks krijgen ze rond de 375 (‘we zeggen gemiddeld een per dag’ aldus een van de editors) artikelen toegezonden, rijp en groen door elkaar. Slechts een kleine 20 procent van al die inzendingen wordt uiteindelijk gepubliceerd waarbij artikelen die bijvoorbeeld de invloed van buitenaardse wezens op de ontdekking van Amerika door Columbus beschrijven (een echt voorbeeld) het niet eens tot een eerste lezing halen.

Ledenwerving en –behoud

Letterlijk mijn allerlaatste bijeenkomst van het congres was een workshop over ledenwerving en –behoud. In de zaal zaten verschillende historische verenigingen die allen zochten naar het antwoord op de vraag ‘Hoe blijf je relevant voor bestaande leden en hoe trek je nieuwe leden’. Ervaringen delen en tips uitwisselen was het gevolg.

Met een aantal interessante ideeën in mijn achterzak verliet ik deze sessie en daarmee het congres. Een aantal van de dingen die ik opgestoken heb tijdens deze vier dagen, zal het KNHG de komende periode gaan ontwikkelen, uitproberen en wellicht blijvend introduceren. U hoort dus nog van ons.

Antia Wiersma
directeur KNHG

Lees het inhoudelijke verslag van AHA18 op Historici.nl.

© KNHG 2018 Website: Code Clear