U bent hier:

Jaarcongres 2026: Levensverhalen

Het thema van dit jaarcongres is Levensverhalen - Het veelzijdige egodocument als bron.

Kaartverkoop

Vanaf 16 april 2026 kunt u een ticket kopen voor dit congres. U heeft hiervoor een KNHG-account nodig. Bent u geen lid van het KNHG? Maak dan hier een account aan, of word lid.

Let op: er is maar een beperkt aantal tickets beschikbaar, dus wees er snel bij.

Programma

Het programma van het jaarcongres kunt u hier vinden (opent in pdf). De abstracts van alle sessies volgen nog.

Over het thema

Dit congres wil een podium bieden aan historisch onderzoek en historische praktijken die de veelzijdigheid en het grensverleggende potentieel van egodocumenten als bron inzichtelijk maken. Tot welke nieuwe onderzoeksgebieden en -mogelijkheden en daarmee inzichten hebben de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van egodocumenten geleid? Welke thema’s en onderzoeksterreinen zullen historici in de toekomst gaan exploreren met behulp van egodocumenten? Hoe worden egodocumenten in de verschillende historische subdisciplines en publiekshistorische praktijken ingezet? Welke nieuwe kennis kunnen we halen uit deze veelzijdige bron?

De bedenker van het woord egodocument, Jacques Presser, benadrukte de veelzijdigheid van zijn vinding. Hoewel hij het in de eerste plaats als een parapluterm zag voor dagboeken, autobiografieën, memoires, reisverslagen en persoonlijke brieven rekende hij ook interviews, autobiografische romans en zelfportretten tot egodocumenten. Zelfs een muziekstuk kon in zijn ogen autobiografisch zijn. Presser definieerde egodocumenten als ‘die bronnen, waarin een ego zich opzettelijk of onopzettelijk onthult of verbergt’. Voor historici is deze ruimhartige definitie een welkom geschenk; ze kunnen er veel kanten mee op, van oral history tot de tekstanalyse van romans en poëzie. Bovendien zijn egodocumenten een goudmijn voor vrijwel alle thema’s waar historici zich niet alleen nu maar ook in de toekomst mee bezighouden, omdat egodocumenten een toegang bieden tot emoties en gevoelens, beschrijving van objecten en fysieke omgevingen, politieke en sociale ontwikkelingen.

Nederlandse historici bevinden zich in een geprivilegieerde positie. Zij hebben toegang tot een omvangrijke inventarisatie van egodocumenten van Nederlanders geboren voor 1919 in openbare Nederlandse archieven, bibliotheken en musea. Daarnaast zijn er tal van recente initiatieven in Nederland – denk bijvoorbeeld aan het Nederlands Dagboekarchief, The Black Archives, het Moslim Archief, de oorlogsdagboeken verzameld door het NIOD, IHLIA en DisPLACE – die erop gericht zijn om meer levensverhalen, in het bijzonder die van ondergerepresenteerde historische actoren, boven water te halen, te bewaren en beschikbaar te stellen. Daarmee wordt het archief opgerekt voorbij zijn traditionele grenzen en komt een bredere waaier aan autobiografische bronnen beschikbaar dan voorheen, waardoor onze blik op en kennis van het verleden wordt verruimd.