Tentoonstelling: ‘De schatvondst van Hoogwoud’ – Rijksmuseum van Oudheden

1 zat
Datum
1 juli 2023
Vanaf
0:00
tot
0:00
Adres
Leiden

Unieke schatvondst van middeleeuwse gouden sieraden en zilveren munten

In 2021 vond een detectorzoeker in Hoogwoud (gemeente Opmeer in Noord-Holland) een duizend jaar oude goudschat: vier versierde gouden hangers in de vorm van een maansikkel, samen met twee stukken goudblad die aan elkaar passen en 39 kleine zilveren munten. De datering van de munten in de periode 1200-1250 geeft aan dat de kostbaarheden rond het midden van de dertiende eeuw in de grond zijn verstopt. De sieraden waren toen al twee eeuwen oud en vormden een duur en gekoesterd bezit.

  • De schatvondst van Hoogwoud is tot en met 28 augustus 2023 te zien in een vitrine achter de Egyptische tempel in de Tempelzaal, onze gratis toegankelijke entreehal. Later dit jaar zullen de sieraden en munten een plaats krijgen in de nieuwe tijdelijke tentoonstelling Het Jaar 1000 (te zien vanaf 13 oktober 2023).

Gouden sieraden uit onrustige tijden

Gouden sieraden uit de ‘Hoge Middeleeuwen’ zijn in Nederland uiterst zeldzaam. Bovendien vonden belangrijke historische gebeurtenissen plaats tijdens de periode waarin deze schatvondst is begraven. Het is een onrustige tijd van oorlogen tussen West-Friesland en het graafschap Holland, waarbij de Hollandse graaf Willem II sneuvelt in de omgeving van Hoogwoud. Daarmee is de schatvondst van grote betekenis voor de archeologie en geschiedenis van Noord-Holland en West-Friesland – en zelfs van (inter)nationaal belang.

Sieraden en munten

De belangrijkste voorwerpen uit de schatvondst van Hoogwoud zijn de vier oorhangers uit de elfde eeuw. Het gaat om twee paren van zo’n vijf centimeter breed: twee hangers met gegraveerde voorstellingen en twee met versieringen in filigraan. Dat zijn fijne, gedraaide draden, gemaakt van goudbolletjes. De sieraden zijn aan een kant versierd en hebben kwetsbare ophangbeugels. Dat doet vermoeden dat ze waarschijnlijk niet door oren heen gestoken waren, maar aan een kap of een hoofdband werden gedragen. Zo was slechts een zijde zichtbaar. Voorbeelden daarvan zijn bekend van Duitse afbeeldingen uit dezelfde periode.

Sol Invictus

Ook de twee stroken goudblad, die aan elkaar passen, waren ooit aan de rand of band van kleding bevestigd, zo blijkt uit de vondst van kleine textielvezels. Eén hanger is zwaar beschadigd, waarschijnlijk bij het ploegen van de grond waarin de voorwerpen eeuwenlang lagen. Een andere hanger bevat een gravure van een mannenhoofd met stralen eromheen. Dit wordt geïnterpreteerd als een Christusportret, als Sol Invictus, de ‘onoverwonnen zon’. In Nederland zijn slechts drie keer eerder vergelijkbare gouden oorhangers gevonden.

39 zilveren penningen

De 39 kleine zilveren penningen, zoals de munten heten, geven een aanwijzing voor de datering van het moment waarop de schatvondst is begraven: in, of kort na 1248. Kleine stukjes textiel die bij de penningen zijn gevonden, geven aan dat ze in een doek of zakje zaten. Het gaat om penningen uit het Bisdom Utrecht, uit diverse graafschappen (Holland, Gelre en Kleef) en van het Duitse rijk. De jongste exemplaren zijn geslagen in 1247 of 1248, onder Willem II als koning van het Heilige Roomse Rijk.

© KNHG 2024 Website: Code Clear