Sfeerverslag KNHG-Jaarcongres 2021: Wereldburgerschap in beweging

Jong KNHG-bestuursleden Aela Andrée en Matthijs Kraijo waren aanwezig op het KNHG-Jaarcongres 2021, getiteld ‘Wereldburgerschap in beweging: in geschiedenis, erfgoed en onderwijs’. Voor KNHG.nl deden zij verslag!

Op 12 november 2021 organiseerde het KNHG zijn Jaarcongres met als thema ‘wereldburgerschap’ in het Nationaal Archief in Den Haag. Door meerdere lezingen en discussies konden deelnemers het onderwerp eigen maken en in aanraking komen met de relatie tussen wereldburgerschap en onderwijs enerzijds en wereldburgerschap en erfgoed anderzijds. Na anderhalf jaar digitale lezingen, congressen en andere activiteiten te hebben bezocht, was het dan nu eindelijk weer mogelijk om fysiek bijeen te komen in de Hofstad, precies voordat fysieke bijeenkomsten voorlopig geen doorgang meer konden vinden.

Wereldburgerschap en onderwijs: moeizaamheden en mogelijkheden

Het thema ‘wereldburgerschap’ lijkt te vermoeden dat we het gehele congres als kosmopolieten hebben doorgebracht, gesproken hebben over de ideale, geglobaliseerde wereld, waarin iedereen zich uitsluitend bestempeld als wereldburger. Niets is minder waar, zoals duidelijk werd in de keynote-lezing van Marjolein ’t Hart, hoogleraar (VU) en senior onderzoeker bij het Huygens ING. Haar inleidende lezing gaf de strekking van de rest van de dag goed weer: het is mogelijk om, naast een nationale of regionale identiteit, ook een bepaald wereldburgerschap te bezitten.

Marjolein ’t Hart verzorgt haar keynote-lezing op het KNHG-Jaarcongres 2021

Na de lezing volgde een paneldiscussie met experts uit het onderwijs, de archiefwereld en uit het veld van leerplanontwikkeling. Ondanks dat de panelleden het eigenlijk met elkaar eens waren, kwam er een goede nuance waardoor de discussie verder werd aangewakkerd. Vragen als ‘hoe moet ik wereldburgerschap toevoegen aan lessen voor de klas’ en ‘is wereldburgerschap als facet van geschiedenis als schoolvak überhaupt noodzakelijk’, kwamen voorbij in de discussie. Docenten, waaronder panellid Marian Heesen, vonden elkaar snel in deze discussie, doordat ze voor dezelfde probleemstukken stonden. De overwegingen bij het vormen van het curriculum werden door leerplanontwikkelaar (SLO) Alderik Visser als een soort ‘advocaat van de duivel’ toegelicht. Daarnaast vertelde Ellen Loozen, medewerker educatie, hoe het Nationaal Archief omgaat met concepten als ‘wereldburgerschap’ of ‘wereldgeschiedenis’ in zijn educatieprogramma’s.

Het onderwijspanel. V.l.n.r.: Marian Heesen, Alderik Visser, Ellen Loozen en Marjolein ’t Hart

De aanwezig docenten droegen met hun onderwijskundige perspectief bij aan een interessante en belangrijke discussie over de ruimte die geschiedenis heeft in het huidige curriculum en wat daar de gevolgen van zijn. Is het perspectief van de wereldburger belangrijk genoeg om andere aspecten over te slaan? En als het al belangrijk genoeg is, hoe is er dan tijd voor te vinden in het drukke lessenrooster, waarin de examenstof vaak alle tijd opneemt? Voor historici die zich begeven in de academische wereld zijn deze vragen een belangrijke eyeopener: wat zij belangrijk vinden vanuit het oogpunt van de universiteit, is in sommige gevallen onmogelijk om door te voeren in het onderwijs. Daarnaast werd de kwestie van het eurocentrische of hollandocentrische aspect van het onderwijs aangekaart, mede door Jong KNHG-bestuurslid Lema Salah.

Kritische vragen uit de zaal

Tijdens de lunch werd er, zoals vanouds, veel genetwerkt. Gesprekken vonden plaats over elkaars interesses, onderzoeken werden besproken en LinkedIn-connecties werden gemaakt. Aan alles was te merken dat een fysieke activiteit iets was waar veel mensen op gewacht hadden. Na de lunch begon voor leden van het KNHG de Algemene Ledenvergadering, die – op drie minuten na – precies even lang duurde als gepland.

Wereldburgerschap en erfgoed: kwesties en krachten

Het tweede deel van het congres ging in op de relatie tussen wereldburgerschap en erfgoed. De verschillende panelleden gaven in hun voordracht hun visie op deze relatie, die vaak gepaard gaat met claims op erfgoed, verschil tussen werelderfgoed en nationaal erfgoed en het ideaal van gedeeld erfgoed. In theorie is het namelijk heel mooi als verschillende groepen hetzelfde erfgoed zouden delen, maar in de praktijk lijkt dat nogal moeizaam te verlopen. Het voorbeeld van het betwiste erfgoed van de stad Mosul door promovendus (VU) Ghufran Ahmad gaf op een duidelijke manier weer hoe de praktijk daadwerkelijk in elkaar steekt. De verschillende perspectieven die naar voren kwamen, riepen veel vragen op bij de aanwezigen, bijvoorbeeld over het opzetten van de slavernijexpositie in het Rijksmuseum – besproken door hoofd geschiedenis aldaar Valika Smeulders, over eigenaarschap en over de genoemde case study van de stad Mosul. Daarnaast stonden vragen centraal over het beschikbaar stellen van bronnen, zodat meer mensen wereldwijd deze kunnen inzien en bestuderen. Arjan Agema, hoofd digitalisering van het Nationaal Archief, legde duidelijk uit hoe een archief kan bijdragen aan een digitale openstelling van bronmateriaal dat belangrijk is voor meerder culturen, mensen of landen.

Het panel over werelderfgoed. V.l.n.r.: Arjan Agema, Ghufran Ahmad, Valika Smeulders en Marjolein ’t Hart

De keynote-spreker in de middag was niemand minder dan Kwame Anthony Appiah, hoogleraar filosofie en rechten aan de New York University en schrijver van veel bekende en vertaalde boeken als De leugens die ons binden (2019). Appiah sprak ons digitaal, maar met enthousiasme en duidelijke voorbeelden toe, waardoor een tamelijk taai, filosofisch onderwerp als kosmopolitisme op een inzichtvolle manier bespreekbaar werd. Daarnaast lichtte hij het belang van kunst uit: ‘hoe verhouden mensen zich tot kunst – zoals muziek, schilderkunst en beeldhouwerij – als het gaat om de vorming van de globale, nationale of regionale identiteit’, was een van de centrale vragen in Appiahs lezing. 

De afsluitende keynote-lezing door Kwame Anthony Appiah

Met de lezing van Marjolein ’t Hart in het achterhoofd, werd snel duidelijk dat deze verschillende identiteiten en burgerschappen goed naast elkaar kunnen bestaan, wat aangeduid wordt met de term rooted cosmopoltanism. De reactie van hoogleraar politieke geschiedenis (VU) Susan Legêne ging hier verder op in, en gaf duidelijke voorbeelden van kunstobjecten die meerdere burgerschappen en identiteiten hebben gevormd. Deze inzichtvolle reactie mondde uit in een interessante discussie tussen Legêne, Appiah en enkele congresbezoekers. 

Na de laatste lezing besloot dagvoorzitter Inger Leemans de dag en begon de borrel. Ook daar werd weer naarstig genetwerkt onder het genot van een verkoelende versnapering. De verschillende onderdelen van de dag werden besproken, en overal waren mensen te horen die hun expertise over en perspectief op het concept ‘wereldburgerschap’ bespraken met anderen.

Wereldburgerschap: uiteenlopend en universeel

Al met al hebben de verschillende lezingen een interessant, nieuw licht doen schijnen op de mens als wereldburger. Iedereen kan bestempeld worden als burger van deze aarde, maar in hoeverre iedereen daar waarde aan hecht, zich dat beseft of het idee in de wind slaat, is verschillend. Dat is dan ook het mooie van ‘wereldburgerschap’: ondanks de vele verschillen tussen culturen en individuen of tussen landen en dorpen, maakt iedereen deel uit van deze wereld. De mate waarin we echt kunnen spreken over wereldburgerschap, is weliswaar afhankelijk van welke betekenis je hanteert, maar we zijn toch allemaal een beetje ‘werelds’ – ook al zijn de verschillen nog zo groot. 

Aela Andrée en Matthijs Kraijo zijn respectievelijk bestuurslid PR/marketing en bestuurslid sociale media en activiteiten bij Jong KNHG.

Opmerkingen

© KNHG 2021 Website: Code Clear