Lid aan het Woord: Pieter Van den Heede

Deze maand in onze jubileumrubriek Lid aan het Woord: Pieter Van den Heede (30), promovendus en docent aan de afdeling Geschiedenis van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Hij studeerde Geschiedenis aan de Universiteit Gent, waar hij ook de Specifieke Lerarenopleiding (SLO) volgde. Daarna was hij achtereenvolgens een aantal jaren werkzaam in het secundaire onderwijs en als praktijkassistent aan de afdeling Geschiedenis van de Universiteit Gent. Sinds 2015 is Pieter Van den Heede verbonden aan de Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC) aan de EUR. In 2019 werd hij lid van het KNHG.

Waarom bent u lid geworden van het KNHG?
‘Ik ben lid geworden van het KNHG in 2019, toen ik vernam dat ik geselecteerd was voor de wedstrijd ‘Jonge Historicus van het Jaar 2019′ (wat voor mij een hele fijne verrassing was). Sindsdien ben ik lid gebleven, omdat het KNHG me de kans biedt om met collega’s in contact te blijven en ideeën uit te wisselen. Via mijn onderzoek en de faculteit waar ik werk (de ESHCC), kom ik vrij frequent in aanraking met mensen die in andere disciplines werken, zoals mediastudies, cultuurwetenschappen, game studies, onderwijskunde en sociologie. Het is voor mij dan ook heel fijn om toch nadrukkelijk lid te zijn van een beroepsvereniging voor historici (naast de OSGG, de vereniging Oud Studenten Geschiedenis van de Universiteit Gent). Mijn grootste passie ligt uiteindelijk toch nog altijd bij geschiedenis.’

Op welke manier verhouden KNHG en/of BMGN zich tot uw werkveld?
‘De BMGN, en in het verlengde daarvan tijdschriften zoals Tijdschrift voor Geschiedenis en Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis (BTNG), zijn voor mij een centrale bron om op de hoogte te blijven van de meest recente Nederlandse en Belgische geschiedschrijving, in het bijzonder over de Tweede Wereldoorlog en moderne/hedendaagse geschiedenis in het algemeen. Congressen zoals de Historicidagen zijn dan weer een aangename gelegenheid om op de hoogte te blijven van de recentste ontwikkelingen in het veld (en, in pre-coronatijd, om een pot bier te pakken met collega’s). Ik kijk in ieder geval heel erg uit naar de Historicidagen 2021 in Rotterdam!’

Wat was uw meest memorabele moment als KNHG-lid?
‘De Jonge Historicus van het Jaar-wedstrijd in 2019! Die werd georganiseerd door Stichting Jonge Historici, maar ook in samenwerking met Jong KNHG. Voor de finale van de wedstrijd dienden we na te denken over hoe we als ‘ambassadeur’ de discipline geschiedenis in de kijker wilden plaatsen en dat vond ik heel interessant. Ik heb via de wedstrijd ook veel nieuwe fijne mensen ontmoet. Naast deze wedstrijd vond ik ook de Historicidagen in Groningen bijzonder geslaagd.’

Wat ziet u als de belangrijkste maatschappelijke taak van historici vandaag de dag?
‘Voor mij ligt de waarde van geschiedenis heel erg in het ontwikkelen van een bepaalde manier van denken. Het eerste vak dat ik ooit kreeg tijdens mijn opleiding geschiedenis aan de Universiteit Gent, was het vak ‘Overzicht van de historische kritiek’, gedoceerd door mediëvist Marc Boone. Ik vond het een gewéldig vak, en ik ben er nog altijd van overtuigd dat iedereen zo’n vak ooit zou moeten krijgen. Verder is geschiedenis voor mij de perfecte manier om aan te tonen hoe niet-vanzelfsprekend het heden is. Pakweg 200 jaar geleden hadden de meeste mensen geen stemrecht, was er geen sociale zekerheid, duurde het maanden of jaren vooraleer je antwoord op een geschreven brief kreeg en waren de machtsverhoudingen volledig anders. Dat fundamentele besef van veranderlijkheid is heel emancipatorisch, omdat het je de kracht heeft om alles radicaal in vraag te stellen. Tegelijk creëert het ook een gevoel van urgentie: wat vandaag bestaat, bestaat morgen misschien niet meer. Daarom is geschiedenis ook heel krachtig om je gevoel van burgerschap te sterken. Als ik nadenk over de taak die historici hebben in de samenleving vandaag, dan ligt die wat mij betreft vooral in het bevorderen van zo’n historische manier van denken. Ik sluit me volledig aan bij collega’s die stellen dat historici heel veel te bieden hebben op de arbeidsmarkt, want dat is echt nadrukkelijk het geval. Maar verder zie ik geschiedenis ook heel erg als een ruimere bron van verrijking, nog los van een rendementslogica.’

Wat voor rol zou het KNHG volgens u moeten spelen in de samenleving in het algemeen en het geschiedenisveld in het bijzonder?
‘De wortels van het KNHG liggen heel sterk in de academische wereld, waar vaak nog een hiërarchisch (negentiende-eeuws of ouder) spook rondwaart. Een belangrijke uitdaging voor het KNHG ligt wat mij betreft in het verder verbreden van zijn basis, om zo nog meer historici en niet-historici te bereiken die in alle mogelijke andere contexten buiten de academische wereld actief zijn. Juist door zijn basis te verbreden, kan het KNHG volgens mij ook een prominentere rol spelen in het bredere maatschappelijke debat. Ik heb zelf heel veel interesse om verder in te zetten op de ‘publieksgeschiedenis’-traditie die geleidelijk aan vanaf de jaren 1960/70 is ontstaan, waarbij historici heel nadrukkelijk samen met het publiek geschiedenis ‘maken’. Dat lijkt me ook voor het KNHG een belangrijk terrein om verder op in te zetten.’

Wat zou u studenten geschiedenis en pas-afgestudeerde historici willen meegeven, zo aan het begin van hun professionele leven?
‘Dan zou ik aan een paar dingen denken. Ten eerste: probeer een vaardigheid te ontwikkelen waarmee je je kan onderscheiden van anderen, en zet zelf actief de stap om met de personen in contact te komen die je interessant vindt. Die twee tips helpen je hopelijk al een heel eind op weg. En verder citeer ik graag Jon Stewart, toch wel een van m’n helden: “Love what you do. Get good at it. Competence is a rare commodity in this day and age. And let the chips fall where they may.”’

Wat wenst u het KNHG toe voor de komende 25 jaar?
‘Ik wens het KNHG heel veel succes toe in het samenbrengen van mensen en het laten horen van haar stem in het maatschappelijke debat!’

© KNHG 2020 Website: Code Clear