Lid aan het Woord: Christine Kooi

Deze maand in onze jubileumrubriek Lid aan het Woord: Christine Kooi (1965), Lewis C. and Katheryn J. Price Professor of European History aan Louisiana State University (Baton Rouge, Louisiana, VS). Zij studeerde aan Yale University en is gespecialiseerd in vroegmoderne Nederlandse religiegeschiedenis, waarover ze diverse artikelen en twee boeken heeft gepubliceerd: Liberty and Religion: Church and State in Leiden’s Reformation (2000) en Calvinists and Catholics in Holland’s Golden Age: Heretics and Idolaters (2012). Momenteel is Christine Kooi bezig met het schrijven van een algemene geschiedenis van de Reformatie in de Lage Landen. Sinds 2018 is zij KNHG-lid.

Waarom bent u lid geworden van het KNHG?
‘Al dertig jaar houd ik mij bezig met de religie- en culturele geschiedenis van de Nederlanden. Eigenlijke schaam ik me een beetje dat ik zo lang heb gewacht om KNHG-lid te worden; het was de hoogste tijd. Gelukkig is het in dit tijdperk van digital bankieren voor buitenlanders zoals ik een stuk gemakkelijker geworden om lid te worden.’

Op welke manier verhouden KNHG en/of BMGN zich tot uw werkveld?
‘Voor mij zijn het KNHG en de BMGN belangrijke informatiebronnen voor het meest recente historische onderzoek van Nederlandse en Belgische vakgenoten. Zo kan ik op de hoogte blijven van nieuwe ideeën, perspectieven, onderwerpen en debatten onder collega’s overzee. En dat is belangrijker dan ooit, aangezien ik voorlopig niet naar Europa mag reizen door de Covid-pandemie. Vooral de artikelen en recensies in de BMGN waardeer ik; in het algemeen zijn ze van hoge kwaliteit. Wat mij betreft is de BMGN het belangrijkste tijdschrift in mijn vakgebied.’

Wat was uw meest memorabele moment als KNHG-lid?
‘In de zomer van 2019 werd ik uitgenodigd door de BMGN-redactie om zitting te nemen in het Low Countries History Award Selection Committee. Voor mij was dat een grote eer, en ook een leuke taak om drie jaar lang artikelen over allerlei onderwerpen uit verschillende tijdsperiodes te lezen. Ik vond het fascinerend en heb toen aardig wat geleerd.’

Wat ziet u als de belangrijkste maatschappelijke taak van historici vandaag de dag?
‘Historici hebben een plicht om perspectief, nuance en kennis aan de maatschappij te bieden, op welke manier dan ook: via de universiteit, school, journalistiek, publicaties of sociale media. Het KNHG is een uitstekend platform om die plicht te vervullen. Ik begrijp dat op dit moment in Nederland en België bijvoorbeeld belangrijke, gevoelige en soms heftige publieke debatten worden gevoerd over het koloniale en slavernijverleden van beide landen, en hoe dat aan kwesties van hedendaags racisme bijgedragen heeft, net als hier in de VS. Hierover hebben historici die verbonden zijn aan beroepsorganisaties zoals het KNHG wat te vertellen, zelfs al zijn ze het niet altijd over alles eens. Het is altijd goed voor onze beroepsgroep wanneer de samenleving aandacht schenkt aan en zich interesseert in de geschiedenis, hoe controversieel dan ook.’

Wat voor rol zou het KNHG volgens u moeten spelen in de samenleving in het algemeen en het geschiedenisveld in het bijzonder?
‘In aanvulling op zijn rol als platform voor publieke discussie, vind ik het een van de belangrijkste rollen van het KNHG om als beroepsorganisatie professionele normen in het onderwijs en onderzoek te waarborgen, om een plaats voor interactie tussen wetenschappers te bieden en om als lobby richting de overheid te fungeren, vooral wat betreft kwesties van wetenschapsfinanciering. Het zijn helaas mondiaal moeilijke tijden voor de alfawetenschappen. Het KNHG is een belangrijke stem voor de geesteswetenschappen.’

Wat zou u studenten geschiedenis en pas-afgestudeerde historici willen meegeven, zo aan het begin van hun professionele leven?
‘Mijn advies is altijd hetzelfde: lees, lees, lees! En niet alleen over je eigen vak of specialisatie, maar ook literatuur en journalistiek. Pas als je veel hebt gelezen, kun je echt goed leren schrijven. Een wetenschapper moet ook goed kunnen communiceren, en dat kun je alleen als je de taal beheerst. En over taal gesproken: het verheugt mij als Engelstalige dat tegenwoordig zo veel Nederlandse en Belgische historici in het Engels schrijven. Dat heeft enorm veel goeds gedaan voor de internationalisering van de geschiedenis van de Lage Landen. Zelf zou ik nooit in wetenschappelijk Nederlands durven schrijven, dus petje af. Aan de andere kant is het wel van belang dat een auteur het Engels zeer goed beheerst. Af en toe lees ik Engelstalige bijdragen door Nederlandstalige historici waarvan ik op zijn zachtst gezegd denk: dat dat had beter in het Nederlands gekund.’

Wat wenst u het KNHG toe voor de komende 25 jaar?
‘Ik wens het KNHG veel succes, en hoop vooral dat het nog meer buitenlandse leden trekt en ook meer historici uit allerlei beroepsgroepen. De toekomst brengt meer en meer digitalisering met zich mee, en daarmee ook bijzondere uitdagingen. Dertig jaar geleden was mijn studie nog steeds erg analoog (schrijfmachines, indexkaarten, papieren bibliotheek- en archiefcatalogi), maar dat is inmiddels totaal veranderd. De manieren waarop historici onderzoek doen en schrijven veranderen dus ook. Het zou mij niets verbazen als het KNHG een grotere rol op dit gebied zal gaan spelen. Ik ben erg benieuwd.’

© KNHG 2020 Website: Code Clear