Lid aan het Woord: Lauren Lauret

Deze maand in onze jubileumrubriek Lid aan het Woord: Lauren Lauret (29) uit Leiden, vanaf 1 augustus universitair docent aan de Universiteit Leiden (UL). Zij studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde recent op haar proefschrift Regentenwerk. Vergaderen in de Staten-Generaal en de Tweede Kamer 1750-1850 aan de UL. Sinds 2011 is zij KNHG-lid.

Foto: Bob Bronshoff

Waarom bent u lid geworden van het KNHG?
‘Als eerstejaarsstudent Geschiedenis zag ik in het kopieerhok in de Erasmustoren een kleine folder liggen van het KNHG met daarin een voor mij onweerstaanbaar aanbod: word nu lid van het KNHG en krijg de BMGN thuisgestuurd plus een boek als welkomstcadeau. Op dat moment vond ik het volkomen logisch lid te worden van de beroepsvereniging van historici, want ik was immers bezig met een opleiding tot historicus.’

Op welke manier verhouden KNHG en/of BMGN zich tot uw werkveld?
‘Als historicus die zich de afgelopen jaren heeft beziggehouden met de Nederlandse geschiedenis is het KNHG voor mij een belangrijk platform om in contact te komen met collega’s die elders in Nederland of België werkzaam zijn. Het voordeel van het KNHG is dat de bijeenkomsten de gelegenheid bieden om kennis te maken met vakgenoten buiten mijn specifieke onderzoeksterrein. De BMGN is dan weer handig om bij te houden welke historici inhoudelijk relevant zijn voor mijn werk, al mis ik wel de recensies in de papieren versie.’

Wat was uw meest memorabele moment als KNHG-lid?
‘Samen met collega-stagiair Niels per tram afreizen naar Scheveningen, met twee portretten van antieke historici onder de arm. Met deze portretten zijn we op de gevoelige plaat vastgelegd voor de poster van het KNHG-najaarscongres van november 2014.’

Wat ziet u als de belangrijkste maatschappelijke taak van historici vandaag de dag?
‘De inzichten verkregen uit wetenschappelijk onderzoek gebruiken om studenten op te leiden die kritisch kunnen nadenken en goed begrijpend kunnen lezen.’

Wat voor rol zou het KNHG volgens u moeten spelen in de samenleving in het algemeen en het geschiedenisveld in het bijzonder?
‘De vraag impliceert dat de huidige rollen die het KNHG speelt niet de juiste zouden zijn, en die indruk wil ik met mijn antwoord in ieder geval niet wekken. Tot zover de disclaimer. Nu Bert Wagendorp in de Volkskrant (24-6) de samensteller van de canon vergeleek met de Nederlandse bondscoach Koeman, ben ook ik geneigd deze vraag te beschouwen vanuit het oogpunt van een voetbalwedstrijd- en elftal. Als we de achterban van het KNHG beschouwen als een voetbalelftal, dan zie ik het KNHG graag optreden als de aanvoerder. Het is alleen niet direct helder wie onze tegenstander is. Spelen we tegen beleidsmakers, tegen de samenleving die ons als betaalde hobbyisten ziet of tegen onze eigen bescheidenheid? En wie is dan de scheidsrechter? In tegenstelling tot voetballers zijn historici geen duikelaars die verongelijkt naar de scheidsrechter gebaren, maar iedereen weet dat een afgedwongen penalty of vrije trap doorslaggevend kan zijn. Zo nu en dan blijkt in beleidsdiscussies en in het maatschappelijke debat dat de beroepsgroepen die een mondige vertegenwoordiger hebben – voor of achter de schermen – zaken geregeld krijgen in Den Haag. Op het speelveld zou het KNHG de belangen van het team behartigen, terwijl de aanvoerder in de kleedkamer de troepen moed inspreekt en het zelfvertrouwen versterkt, zodat de ploeg beslagen ten ijs het veld betreedt.

Voor de rol binnen het geschiedenisveld moeten we nadenken over welke positie het KNHG binnen het team inneemt. Ik zie het KNHG voor me als betrouwbare doelman/vrouw die thuisgeeft op het moment dat er een beroep op hem of haar wordt gedaan. Dat beroep en de reactie kunnen variëren van een katachtige reflex tot het opzetten van een aanval die langs alle gelederen van het elftal uiteindelijk tegen de netten vliegt. Het KNHG heeft al laten zien beide varianten in de benen te hebben. Zo intervenieerde zij in het publieke debat met de officiële verklaring op 11 november 2019 na racistisch geweld bij een protestbijeenkomst. De Historicidagen zie ik als de ultieme teamprestatie waar het KNHG aan de basis staat. Inmiddels is bij voetbalclubs doorgedrongen dat een betrouwbaar persoon in het doel bijna evenveel punten oplevert in het klassement als een blitse spits. Het KNHG is dus een investering waard voor de toekomst van het geschiedenisveld.’

Wat zou u studenten geschiedenis en pas-afgestudeerde historici willen meegeven, zo aan het begin van hun professionele leven?
‘Studenten geschiedenis en pas-afgestudeerde historici zijn hard nodig in deze samenleving, waar de leesvaardigheid van de jeugd vliegensvlug achteruit holt terwijl de behoefte aan historisch besef onverminderd groot blijft. De taalvaardigheid die een historicus ontwikkelt was altijd al een belangrijke vaardigheid voor de loopbaanontwikkeling, maar die vaardigheid dreigt uit te groeien tot een unique selling point met het verdwijnen van de opleidingen Nederlands aan de universiteiten. Ongeacht het werkveld waar de jonge historici terechtkomen, denk ik dat hun historische blik op complexe vraagstukken alom gewaardeerd zal worden.’

Wat wenst u het KNHG toe voor de komende 25 jaar?
‘Ik wens het KNHG veel succes toe bij het samenbrengen van de historische gemeenschap in Nederland en België op de diverse manieren waarop ze dat de afgelopen decennia heeft gedaan: in levende lijve, op papier en digitaal.’

© KNHG 2020 Website: Code Clear