Een Eeuw na de Vredesconferentie van Parijs. Gastblog van Ruurd Casparie over het KNHG-Jaarcongres

Periode
20e eeuw

Een Eeuw na de Vredesconferentie van Parijs. Ruurd Casparie over het onderwerp dat door hem is aangedragen als thema van het KNHG-Jaarcongres 2019

Eind november, om precies te zijn vrijdag de 29e, vindt het Jaarcongres van het KNHG plaats in de Maartenskerk in het centrum van Doorn. Het onderwerp dit jaar is ‘De Vredesconferentie van Parijs (1919): hoe verder na Versailles’

Het jaartal is niet helemaal toevallig, in 2019 zijn we precies een eeuw verder. De locatiekeuze Doorn, de woonplaats van ex-keizer Wilhelm II, lag voor de hand. Zeist had ook gekund: het park rond Slot Zeist is geïnspireerd op Versailles en dit geldt ook voor het Zeister straten- en lanenplan. Maar er is gekozen voor Doorn. De Maartenskerk is centraal gelegen, goed bereikbaar met auto en ov, op een steenworp afstand van Huis Doorn waar dan net een expositie plaatsvindt die goed aansluit bij het thema van deze dag. Toen ex-keizer Wilhelm II zijn intrek in Huis Doorn nam, was de Vredesconferentie van Parijs al voorbij. Maar dat is een detail.

Nederland en de Vredesconferentie van Parijs

In het begin van mijn ‘post-actieve periode’, na jaren buitenland weer terug in Nederland, werd ik uitgenodigd lid te worden van een lokale Probusclub. Dat hield ook in dat ik af en toe, zeg maar bijna jaarlijks, een voordracht moest houden voor deze groep. De eerste jaren lag de nadruk op de Koude Oorlog en de integratie van Midden- en Oost-Europese landen in Europese en Atlantische structuren. Dit had ook te maken met mijn ‘actieve periode’ en mijn parttime werk bij het Instituut Clingendael. In het voorwoord van mijn scriptie geschiedenis/krijgswetenschap (tegenwoordig militaire geschiedenis) schreef ik iets in de geest van: wat ga ik hierna doen? misschien verder in geschiedenis verdiepen? Ik denk dat ik me, samen met een oud-collega en studiegenoot, hier goed aan heb gehouden.

Het zwaartepunt van mijn voordrachten verschuift naar meer historische onderwerpen. Met het naderen van 2014 lagen de onderwerpen uit 1914 en verder wel voor de hand: voor, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Een uitstapje een jaar later naar het Congres van Wenen was ook heel boeiend (met dank aan Beatrice de Graaf voor die mooie conferentie in Den Haag en Amsterdam). In 2016 waren er wat andere prioriteiten maar daarna, 2017, richtte ik me op de Russische revolutie, de treinreis van Lenin en wat daaruit voortkwam, inclusief de betrekkingen tussen Duitsland en de Sovjetunie tot in de Tweede Wereldoorlog. Eind 2018 behandelde ik de Vredesconferentie van Parijs. Tijdens en ook na de Vredesconferentie gingen enkele oorlogen gewoon door, zowel in Midden Europa, de Zuid-Kaukasus en ook in Klein-Azië. In artikelen die vorig jaar rond 11 november (de herdenking van de Wapenstilstand van 1918) verschenen, wordt gesuggereerd dat sommige nog steeds niet zijn afgelopen.

Vorig jaar tijdens het Voorjaarscongres van het KNHG in het Openluchtmuseum in Arnhem besprak ik wat van deze punten in de marge met KNHG-bestuursleden Susan Legène en Beatrice de Graaf. Kon het een aandachtspunt voor het KNHG zijn, Nederland en de Vredesconferentie van Parijs?

De gevolgen van het verdrag in Nederland

Eind vorig jaar kwam het KNHG met een oproep om een onderwerp voor het KNHG congres in te dienen. Ik realiseerde me dat, als ik het instuurde en het zou worden gekozen, het voor 2019 veel werk met zich mee zou brengen. Maar dat was geen bezwaar, in tegendeel. Dan dit jaar maar geen lezing voor Probus. Wel nog meer bronnen uitpluizen en dikke boeken lezen. Ook over Nederland was over die periode genoeg om verder uit te diepen. Hoe verliep onze neutraliteit? Was die stabiel of hing die aan een zijden draadje?

Als ik me bezighoud met het onderwerp van dit Jaarcongres, treft het me steeds weer dat we bij veel zaken uit die periode we nog betrokken zijn. Om een enkel voorbeeld te noemen: de Verenigde Naties als voortzetting van de Volkenbond, het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Maar ook ondernemingen zoals de voorloper van Hollandse Signaalapparaten – nu Thales Nederland – en ook het maritieme ingenieursbureau NEVESBU bestaan nog. Deze ondernemingen zijn ooit opgericht door Duitse bedrijven om bepalingen uit het Verdrag van Versailles te omzeilen. In Zweden en Zwitserland, net als Nederland geen deelnemers aan de Vredesconferentie, werden ook zulke bedrijven gevestigd. En waarvoor was de geheime bijlage bij het Verdrag van Rapallo (1922) tussen Duitsland en de Sovjetunie bedoeld? Zo is er nog wel het een en ander te noemen. Past de vliegtuigfabriek van Fokker ook in deze rij? Op de dag van het congres kunnen we de net-geopende tentoonstelling bezoeken.

Dat de Eerste Wereldoorlog ook elders nog leeft, bleek op 29 oktober van dit jaar: het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden erkende met resolutie 296 de Armeense genocide van 1915. Turkije reageerde meteen.

Op een congres van één dag is het onmogelijk om alle aspecten van het onderwerp te behandelen. En dat hoeft ook niet. Maar aan enkele aspecten wordt goede aandacht gegeven. Ook al deden we niet echt mee aan de oorlog en aan de Vredesconferentie, voor de gevolgen konden en kunnen we niet weglopen.

In het vorig jaar gepubliceerde boek Wereldgeschiedenis van Nederland komt het onderwerp van het congres niet echt voor. Misschien vinden we aan het eind van de dag dat het wel had gemoeten….

 

Ruurd Casparie

© KNHG 2019 Website: Code Clear