KNHG Jaarcongres pitch Controleerbaarheid, door Sophie Olie

Vanaf 2009 is door de Museumvereniging aan haar leden, de Nederlandse musea,  gevraagd om herkomstonderzoek te doen naar hun collecties. Op moreel-ethische grond werden de musea aangespoord om zelf in hun collecties te duiken. Het doel was te komen tot een inventarisatie van voorwerpen waarvan de herkomstgeschiedenis verwijst naar roof, confiscatie, gedwongen verkoop of naar andere verdachte omstandigheden die hebben plaatsgevonden vanaf 1933 tot en met het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het beoogt helderheid in de herkomstgeschiedenissen van objecten zelf èn helderheid in de communicatie hierover, dus het publiekelijk tonen van de resultaten. Hiervoor is de website Museale Verwervingen gemaakt, die sinds eind 2013 op internet is te vinden en van updates wordt voorzien.

Als een museum onderzoek heeft gedaan, worden de resultaten hiervan vastgelegd in een rapport en in een door het museum ondertekend formulier en beoordeeld door de commissie Museale Verwervingen onder leiding van Rudi Ekkart, oud- directeur van het RKD. Deze rapporten zijn vertrouwelijk. In die zin zijn ze niet te controleren voor buitenstaanders. Aan het eind van het project zal het archief met rapporten en correspondentie worden overgedragen aan een kenniscentrum. Wat wèl openbaar is, is een beschrijving van het onderzoeksrapport en de onderzoeksresultaten van de objecten waarbij een vermoeden bestaat dat ze tussen 1933 tot 1945 onvrijwillig afgestaan zijn. Dit noemen wij in jargon de ‘problematische werken’.

Hieronder een voorbeeld van een van de 149 objecten op de website.

Jacob Gerritsz. Cuyp Herderin met kind in een landschap, 1627. Dordrechts Museum

De Tweede Wereldoorlog is een lastige en gevoelige periode in onze geschiedenis. Het gaat bijna altijd over Joods verleden, met veel emotionele lading, of over personen die gelieerd waren aan de Nationaalsocialisten. Nabestaanden van deze groepen willen het verleden laten rusten. Het spanningsveld tussen openbaarheid en privacy blijft lastig: enerzijds wil je personen en gegevens beschermen, anderzijds wil je dat de informatie controleerbaar is. Het nastreven van transparantie is een voorwaarde van dit project.

In veel gevallen is, ook  na onderzoek, geen duidelijkheid over de exacte herkomstgeschiedenis van de kunstwerken. Wellicht kan met hulp van bezoekers van de website de herkomstgeschiedenis volledig in kaart worden gebracht. Vandaar dat er per werk een toelichting staat waarom dit werk als mogelijk problematisch wordt beschouwd. Er wordt ook gehoopt op herkenning door familieleden of erfgenamen. Het museum tracht met hen in contact te komen, een van de redenen waarom de website ook in het Engels beschikbaar is.

Daarnaast bestaat de wens dat dit project zorgt voor het doven van de geruchten over roofkunst. Het onderzoek wordt grondig uitgevoerd, zodat het niet over twintig jaar nog een keer gedaan hoeft te worden. Hierom worden zoveel mogelijk bronnen en namen wel genoemd, zodat duidelijk wordt dat we alle essentiële bronnen bekeken hebben.

Wij hebben gekozen voor openheid
Met de website vragen we hulp aan buitenstaanders: deel informatie met ons! Dat betekent dat we niet alles kunnen anonimiseren. Als cruciale gegevens ontbreken, herkent een persoon de familiegeschiedenis niet, of is hij niet in staat deze te koppelen aan andere gegevens. Er wordt gedeeltelijk geanonimiseerd, maar voor de jaren 1933-1945 zijn we open met de namen omgegaan. Er zijn dan ook geen ijzeren regels gemaakt om persoonsgegevens af te schermen: samen met de betreffende musea is voor ieder geval apart een afweging gemaakt.

Reconstructie Herkomst: J.G. Cuyp Herderin met kind in een landschap, 1627.

De essentie van een reconstructie is het object in een tijdslijn te zetten en te koppelen aan namen van voormalige eigenaren en het daarbij noemen van de bronnen. Alle bronnen die zijn gebruikt voor het objectonderzoek worden vermeld. Als het om de informatie uit de registratie van het museum gaat moet met die instantie contact worden opgenomen, daarnaast zijn bronnen bij het RKD en het Nationaal Archief te raadplegen.

Bij recente wisselingen hebben we wel geanonimiseerd, omdat de geschiedenis te dicht op het heden ligt. De namen uit de oorlogsperiode staan er gewoon op. Vervelende reacties over deze openheid zijn tot nu toe uitgebleven. Daarnaast vinden Joodse families het een eer: hun familienaam wordt in leven gehouden.

Toch blijft de behoedzaamheid: we zijn niet scheutig met het geven van informatie, maar blijven wel feitelijk. Geïnteresseerden kunnen altijd contact opnemen met het betreffende museum of met de Museumvereniging. Ik hoop dat het op deze manier etalageren van herkomstgegevens tot voorbeeld van Nederlandse musea kan dienen en dat men niet bang hoeft te zijn voor het noemen van persoonsnamen. Daarom zeg ik: Weg met het anonimiseren in het herkomstonderzoek! Uit de interactieve debatvorm die hierop volgde, bleek dat een kleine meerderheid in de zaal het hiermee eens was:

Deze pitch heeft ook geleid tot een aanpassing op de website Museale Verwervingen. Op de website werd tot nog toe niet aangegeven wanneer informatie is geanonimiseerd. Wanneer er ‘onbekend’ staat, kan het betekenen dat wij en het museum het niet weten, maar het kan ook zijn dat we wij het wèl weten maar dat niet willen/mogen delen met anderen. Dit zal worden aangepast.

Deze blog maakt onderdeel uit van onze berichtgeving over het KNHG Jaarcongres voor Historici op 4 november 2016. Meer lezen? Er verschenen ook blogs over de sessie over beroepsethiek voor historicide lezingen van Benjamin Schmidt en Ana Crespo Solana en de lancering van Jong KNHG. Lees ook de persberichten over de uitreiking van de eerste Low Countries History Award en de lancering van de Historicidagen 2017. #KNHG16

© KNHG 2020 Website: Code Clear