‘The History of the war is over’

Keynote Martin Conway KNHG Voorjaarscongres

The history of the war is over’. Hiermee begon Martin Conway de keynote lecture van de KNHG-voorjaarsconferentie Towards a new history of the Second World War. In het eerste deel van zijn lezing zette Conway uiteen hoe de historiografie van de Tweede Wereldoorlog zich ontwikkeld heeft. Hij onderscheidt daarin drie fases: ten eerste de officiële, nationale en patriottische geschiedschrijving in de periode vlak na de oorlog. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig veranderden de onderzoeksthema’s. Historici gingen zich meer bezighouden met ‘the study of losers in stead of the study of winners’, en met de ‘schuldvraag’. Dit kwam tot uitdrukking in onder meer de studie naar leiders, personen die collaboreerden met de Duitsers, maar ook bijvoorbeeld de collectieve zwakte van Europa als geheel in het midden van de twintigste eeuw. Onder andere als gevolg van de Cultural Turn kwam daar onderzoek naar ‘memory’ bij.

Een derde fase is volgens Conway de fase na 1989 waarin de historiografie zowel chronologisch als geografisch verbreed werd: de Tweede Wereldoorlog als onderdeel van een langere periode maar ook als onderdeel van een koloniale oorlog die niet alleen buiten Europa werd uitgevochten, maar ook structuren, ideologie en mentaliteit van koloniale overheersing naar Europa bracht. Deze derde fase is volgens Conway ten einde. De Tweede Wereldoorlog lijkt niet langer een scherpe scheidslijn in de geschiedschrijving te zijn. Bovendien is de wereld fundamenteel veranderd, en dat heeft ook effect op het onderzoek. De rol van de media en social media moet daarbij niet onderschat worden. Het publieke debat over de Tweede Wereldoorlog wordt niet langer gedomineerd door historici zoals in de dagen van Lou de Jong: ‘we have lost our sovereignty, so did the World War’. Dat is iets waar historici mee moeten zien om te gaan, aldus de Britse historicus.

In het tweede deel van zijn lezing schetste Conway de richting die het onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog op zou moeten gaan. Aan de ene kant gaat het om de ‘uncompleted tasks’ zoals de geschiedenis van politieke partijen tijdens de oorlog, lokale geschiedenis (de rol van ‘local communities’) en de transformatie die de rol van de staat onderging als gevolg van de oorlog (‘the remaking of the state after the war’). Aan de andere kant noemt Conway een viertal thema’s die de basis zouden moeten vormen van de nieuwe geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog. Het concept ‘warfare state’ vormt een eerste overkoepelend onderzoeksthema, waarbij het niet zozeer zou moeten gaan om de oorlog zelf, maar juist om een beter begrip van de capaciteit en de wil om oorlog te voeren en in oorlog te blijven. Een tweede mogelijkheid voor nieuw onderzoek vormt het kapitalisme: ‘Why did capitalism won the Second World War?’ Het kapitalisme als onderzoeksgebied staat dankzij Piketty volop in de belangstelling maar met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog is het nog onontgonnen terrein. ‘Marginal stories’ zijn een derde thema in geschiedschrijving die op dit moment nog ‘too male and too white’ is. Het thema mannelijkheid is weliswaar ook onderzocht in relatie tot de Tweede Wereldoorlog (door onder andere de historicus Mosse bijvoorbeeld), maar zou nog veel meer uitgebreid kunnen worden. Tenslotte pleit Conway voor de emotiegeschiedenis als onderzoeksgebied dat ook met betrekking tot de oorlog tot vernieuwend onderzoek kan leiden en waar tot nu toe weinig mee gedaan is.

Deze heldere uiteenzetting vormt de basis voor verdere discussie in de verschillende plenaire sessies van het middagprogramma.

afbeelding van Anne-Marie Mreijen Anne-Marie Mreijen

© KNHG 2020 Website: Code Clear